Mijn verhaal
Als je mij vroeger vroeg wat ik later wilde worden, was mijn antwoord: boswachter. Niet omdat ik toen precies wist wat een boswachter deed, maar omdat ik me thuis voelde buiten. Buiten was er ruimte om te bewegen, te ontdekken en mijn eigen weg te vinden.
Tegelijkertijd groeide ik op in een omgeving waarin mensen juist heel dichtbij waren. Vanaf mijn tiende woonde ons gezin in een woongroep van Stichting Timon. Ik kende de mensen om mij heen, liep bij anderen via de achterdeur naar binnen en groeide op tussen kinderen en volwassenen van verschillende leeftijden. Samen eten, elkaar helpen en aandacht hebben voor elkaar waren onderdeel van het gewone leven.
Pas veel later ben ik gaan begrijpen hoeveel die omgeving mij heeft meegegeven. De natuur gaf mij ruimte en vrijheid. De woongroep liet mij ervaren hoe belangrijk verbinding en gemeenschap zijn. Twee werelden die verschillend lijken, maar voor mij dicht bij elkaar liggen: ruimte krijgen om jezelf te zijn én mensen om je heen hebben bij wie je hoort.
Na de HAVO wist ik nog niet welk beroep daarbij paste. Ik wist vooral dat ik iets wilde met mensen, natuur en zingeving. Met die woorden begon ik aan de opleiding Sociaal Pedagogisch Hulpverlener.
De inhoud interesseerde me, maar de manier van leren paste minder goed. Ik kon uren luisteren naar theorie en begrijpen wat er werd verteld, maar merkte dat iets pas echt van mij werd wanneer ik het kon ervaren en toepassen. Ik wilde doen, proberen, fouten maken, opnieuw proberen en daarna begrijpen wat er was gebeurd. Die manier van leren heeft mij sindsdien niet meer losgelaten.
Mijn weg vinden
Via de buitensport kwam ik terecht in de wereld van klimmen, teambuilding en groepsbegeleiding. Ik gaf klimtrainingen, begeleidde groepen en werkte een zomer in Amerika. Natuurlijk ging het over klimmen, samenwerken en activiteiten uitvoeren, maar ik raakte steeds meer geïnteresseerd in wat daaronder gebeurde. Wat maakt dat iemand wel of niet durft? Waarom ontstaat er in de ene groep vertrouwen en in de andere niet? Wat gebeurt er wanneer je iemand helpt en wanneer help je eigenlijk te veel?
Ik begon te ontdekken dat een activiteit veel meer kan laten zien dan alleen hoe goed iemand iets kan. In wat iemand doet, wordt vaak zichtbaar hoe iemand omgaat met spanning, vertrouwen, anderen en zichzelf.
Mijn zoektocht bracht mij uiteindelijk naar de Politieacademie. Het politiewerk trok mij omdat ik dienstbaar wilde zijn en iets voor mensen wilde betekenen. De manier van opleiden paste bovendien goed bij mij: theorie en praktijk liepen voortdurend door elkaar. Tijdens mijn stages kwam ik in situaties terecht waarin spanning, emoties en soms agressie onderdeel waren van het werk. Ik ontdekte dat ik daarin rustig kon blijven. Ik kon situaties snel inschatten, voelde vaak goed aan wat er speelde en merkte dat ik van nature zocht naar manieren om spanning te verminderen voordat ingrijpen nodig werd.
Maar juist binnen de politie ontdekte ik ook iets anders over mezelf. Ik wilde niet alleen weten hoe ik moest optreden wanneer het misging. Ik was steeds meer geïnteresseerd in wat eraan voorafging. In de mens achter het gedrag en in wat iemand nodig had om weer verder te kunnen.
Uiteindelijk besloot ik daarom een andere richting te kiezen. Niet omdat alles aan het politiewerk mij niet lag, maar omdat ik steeds beter begon te begrijpen waar mijn eigen kracht lag: minder in optreden en meer in begeleiden, contact maken en verbinden.
Werken met mensen
Dat kreeg echt vorm toen ik bij het Leger des Heils ging werken.
Daar werkte ik jarenlang met jongeren en volwassenen in verschillende vormen van opvang en begeleiding. Ik ontmoette mensen op momenten waarop het leven soms behoorlijk ingewikkeld was geworden. In die jaren leerde ik veel over hulpverlening, maar misschien nog wel meer over hoe ik naar mensen kijk.
Ik ontdekte dat ik niet degene hoef te zijn die het antwoord heeft.
Sterker nog: hoe meer ik voor iemand probeer op te lossen, hoe kleiner soms de ruimte wordt waarin diegene zelf iets kan ontdekken.
Vooral mijn tijd bij De Klif heeft daarin veel voor mij betekend. Als woonbegeleider was ik aanwezig in het dagelijks leven van jongeren. Daardoor ontstonden gesprekken vaak niet omdat ze gepland waren, maar omdat we elkaar tegenkwamen. Tijdens een activiteit, ergens op de groep of gewoon tussendoor.
Ik kon kijken, luisteren en aansluiten bij wat er op dat moment gebeurde.
Daar werd voor mij steeds duidelijker hoeveel waarde er zit in iets wat heel eenvoudig klinkt: iemand werkelijk zien.
Niet alleen kijken naar gedrag of naar wat er niet goed gaat, maar nieuwsgierig blijven naar de mens die voor je staat. Wat gebeurt hier? Wat speelt er om iemand heen? Wat kan iemand zelf? Wie zijn belangrijk voor hem of haar? En wat is er op dit moment eigenlijk nodig?
Alles komt samen
Door de jaren heen kwam ik steeds opnieuw mensen, methodieken en opleidingen tegen die woorden gaven aan dingen die ik soms al in de praktijk had ervaren. Herstelgericht en systemisch werken hielpen mij breder kijken dan alleen naar een probleem. De JIM-aanpak liet mij anders kijken naar de positie van een hulpverlener en het belang van het natuurlijke netwerk. Intervisie leerde mij hoe waardevol het is om bewust stil te staan bij je eigen handelen.
Later brachten onder andere het Pad van de Mentor en de Reis naar je Roots daar weer andere lagen in aan. De natuur kwam opnieuw nadrukkelijker in beeld. Net als familie, afkomst, gemeenschap en de invloed van alles wat we met ons meedragen.
Steeds vaker zag ik verbanden tussen dingen die ik eerder als losse ervaringen had gezien.
Ook toen ik later buiten de hulpverlening ging werken, verdwenen die vragen niet. Bij Actium Wonen had ik op papier een heel andere functie, maar ook daar zat voor mij de essentie in het contact met mensen. Luisteren naar wat iemand werkelijk vraagt, overzicht krijgen, samenwerken en zoeken naar wat iemand verder helpt.
Om het hier en nu beter te begrijpen, helpt het soms om terug te kijken naar hoe je hier bent gekomen.
Een aantal dingen komt daarin steeds terug. De waarde van echt contact. Mensen ruimte geven om zelf te ontdekken en verantwoordelijkheid te nemen. Kijken naar de omgeving en niet alleen naar het individu. Leren door te doen en daarna de tijd nemen om te onderzoeken wat er eigenlijk gebeurde.
Ik geloof steeds meer in de kracht van het gewone.
Ontwikkeling hoeft niet altijd te beginnen met een ingewikkelde methode of een groot gesprek. Soms begint het bij samen iets doen, bewegen, buiten zijn, een vraag stellen of gewoon even naast iemand blijven staan.
Daarin komt veel samen van de kleine jongen die ooit boswachter wilde worden, het kind uit de woongroep, de buitensporter, politiestudent, hulpverlener en alles wat daarna kwam.
Vanuit die basis is bas-is ontstaan.
Deze website begon als een manier om meer van mezelf te laten zien dan mogelijk is op een klassiek cv. Inmiddels groeit hij mee met mijn eigen ontwikkeling. Ik doe nieuwe ervaringen op, kom nieuwe ideeën tegen en blijf onderzoeken wat voor mij van waarde is. Sommige dingen krijgen direct een plek, andere mogen eerst tijd krijgen om vorm te krijgen.
Mensen staan niet op zichzelf. Wie we zijn en hoe we groeien wordt beïnvloed door onze omgeving, onze ervaringen, ons lichaam en de mensen om ons heen. Soms is er niet iemand nodig die de weg voor je uitstippelt, maar iemand die een stukje met je meeloopt.
Daar ligt voor mij de basis en van daaruit ben ik nog steeds onderweg.