De JIM-aanpak
Inzichten die goud waard zijn!
De cirkels van het netwerk
Tijdens de basistraining van de JIM-aanpak maakte ik kennis met een eenvoudige manier om naar het netwerk van mensen te kijken. Een beeld dat mij is bijgebleven.
Stel je een aantal cirkels voor met jezelf in het midden. Om jou heen staan stoelen voor de mensen in je leven. De mensen die het belangrijkst voor je zijn, zitten dichtbij. Daaromheen volgen steeds grotere cirkels met mensen die iets verder van je af staan.
Niet iedere stoel heeft dezelfde betekenis. Wanneer iemand van een stoel af gaat, komt daar niet automatisch iemand anders voor terug. Soms blijft die stoel lange tijd leeg. Juist de mensen die het dichtst bij ons staan, zijn niet zomaar vervangbaar.
Voor mij spreekt dit beeld boekdelen en geeft het inzicht in je relaties met anderen, zeker in de rol van hulpverlener. Een hulpverlener heeft een bijzondere positie. Je loopt vaak tijdelijk met iemand mee. Toch kun je in korte tijd heel belangrijk worden. Zeker wanneer iemand weinig andere mensen om zich heen heeft, kan een professional zomaar op een stoel dichtbij komen te zitten.
En precies daar zit voor mij een belangrijke les. Als ik als hulpverlener op een stoel dichtbij ga zitten, moet ik mij bewust zijn van de plek die ik inneem en de verantwoordelijkheid die daarbij hoort. Want terwijl ik daar zit, kan niemand anders daar zitten. Hoe waardevol dat soms kan zijn, mijn aanwezigheid is meestal tijdelijk en voorwaardelijk. Mijn baan verandert of een traject stopt, en ik ben weg. Ik laat een lege stoel achter.
In mijn jaren in de jeugdhulp heb ik gezien wat dat kan betekenen. Alle jongeren met wie ik werkte, hadden deze ervaring: belangrijke hulpverleners kwamen en gingen. Goedbedoelde hulp kan zo onbedoeld ook een leegte achterlaten.
Daarom is voor mij een essentiële vraag:
Wie blijft er als de hulpverlener weggaat?
Als hulpverlener moet je je bewust zijn van de positie die je inneemt. Soms is het nodig om tijdelijk heel dichtbij te komen. Misschien zelfs om op één van die belangrijke stoelen te gaan zitten. Juist dan hoort daar voor mij ook de verantwoordelijkheid bij om die plek bewust weer te verlaten.
Bewust een plek innemen.
En die plek bewust weer verlaten.
Het beeld van de cirkels en stoelen heeft mijn kijk op hulpverlening veranderd. Want als ik op jouw stoel ga zitten, moet ik mij ook afvragen wat er gebeurt wanneer ik weer opsta.
Wie zit er dan?
De voorwaarden voor groei
Het tweede inzicht dat voor mij uit de JIM-aanpak springt, gaat over de voorwaarden voor ontwikkeling. Het helpt om te begrijpen wat er nodig is voor iemand om te kunnen groeien. De theorie brengt dat terug tot drie begrippen: competentie, verbondenheid en autonomie.
Drie woorden waar veel achter zit en waar tegelijkertijd eenvoud in zit:
Ik kan het.
Ik hoor erbij.
Ik heb invloed.
Voor mij zit juist in die eenvoud de kracht. Wat gebeurt er wanneer iemand ervaart: ik kan dit? Wanneer iemand voelt: ik hoor hier bij? En wanneer iemand merkt: wat ik doe heeft invloed?
Dan krijgen deze drie eenvoudige zinnen ineens veel meer betekenis.
Voor mij zit daar een belangrijke basis voor ontwikkeling. Niet alleen begrijpen wat iemand nodig heeft om te groeien, maar je ook bewust zijn van de omstandigheden die je daarvoor samen creëert.
Dat vind ik goud waard!