De slackline

De eerste stappen

Tijdens mijn opleiding Sport en Bewegen liep ik stage in een klimhal. Tussen de klimwanden, touwen en matten hing regelmatig een slackline. Daar zette ik mijn eerste stappen. Letterlijk. Wie nog nooit op een slackline heeft gestaan, kan zich er makkelijk op verkijken. Een smalle band tussen twee punten. Je stapt erop, bewaart je evenwicht en loopt naar de overkant. Zo moeilijk kan het toch niet zijn? Tot je erop gaat staan. De lijn begint te bewegen, je benen trillen en vaak sta je binnen een paar seconden alweer met beide voeten op de grond.

Ik vond het geweldig.

In de jaren daarna heb ik heel wat uren op een slackline doorgebracht. Eerst vooral zelf, later leerde ik anderen erop staan en lopen. Ik gebruikte de slackline in lessen, trainingen en bij het begeleiden van groepen. Als trainer is het een prachtige tool. Hoe meer mensen ik hun eerste stappen zag zetten, hoe interessanter ik de slackline begon te vinden. Niet alleen als sport, maar om te zien wat er met iemand gebeurt zodra iemand ervoor staat. En dan de eerste stap.

Leren door vallen en opstaan

Hang een slackline op in een ruimte met een groep mensen en er gebeurt direct iets. De één ziet hem en wil erop. Een ander kijkt eerst een tijdje vanaf een afstand. Sommige mensen maken een grapje, anderen beginnen alvast te vertellen waarom dit waarschijnlijk niets voor hen is. En bijna iedereen kijkt ook even om zich heen. Want de slackline is zichtbaar. Als het lukt, ziet iedereen het. Maar als het niet lukt ook.

Dat maakt die eerste stap interessant. Want wat doe je wanneer je aan iets begint waarvan je eigenlijk al weet dat je het nog niet kunt? Met een slackline ontkom je daar bijna niet aan. De beweging is zo anders dan wat je lichaam gewend is, dat je het niet zomaar even doet. Eerst probeer je überhaupt te blijven staan. Daarna komt de eerste stap. Dan de tweede. 

En tussendoor val je er steeds weer af. Je kunt niet leren op de slackline te staan zonder te vallen. Dat vind ik er mooi aan. Het is net opnieuw leren lopen. Vallen en opstaan is hier geen beeldspraak. Het is letterlijk hoe je vooruitkomt.

Hoeveel hulp heb je nodig?

Natuurlijk kun je iemand helpen.

In het begin is het prettig als iemand een hand vasthoudt. Je kunt ook zelf op de lijn gaan zitten, waardoor een deel van de beweging eruit gaat. Degene die erop staat krijgt zo de kans om te voelen wat de lijn doet zonder direct alle beweging zelf te hoeven opvangen. Dat helpt. Maar door veel mensen te begeleiden, viel mij ook iets anders op.

Hoe meer hulp iemand krijgt, hoe minder diegene leert. Juist de mensen die veel fysieke ondersteuning kregen, hadden vaak meer tijd nodig om zelfstandig hun balans te vinden. Dat betekent voor mij niet dat hulp verkeerd is. Soms heb je die hand gewoon even nodig. Maar het maakte mij wel bewuster van wat helpen eigenlijk doet.

Want als ik jouw evenwicht voor je bewaar, hoeveel kans krijg jij dan om je eigen evenwicht te vinden?

Waar je naar kijkt, daar ga je naar toe

Gelukkig bestaat begeleiden niet alleen uit iemand vasthouden. Je kunt ook naast de lijn staan. Kijken. Aanmoedigen. Een aanwijzing geven. Sommige aanwijzingen op de slackline zijn verrassend goed te vertalen naar het dagelijks leven.

Een van de belangrijkste is heel eenvoudig: Kijk vooruit, want waar je naartoe kijkt, daar ga je naartoe.

Ik heb die zin vaak gebruikt bij mensen op de slackline, maar voor mij gaat hij inmiddels over veel meer dan dat.

Hetzelfde geldt voor je stappen.

Als je eenmaal een beetje kunt blijven staan, wil je al snel vooruit. Maar iedere stap vraagt opnieuw aandacht. Je kunt niet met de volgende stap bezig zijn terwijl je huidige voet zijn plek nog moet vinden.

Eén stap tegelijk en de tijd nemen die daarvoor nodig is. 

Een slackline maakt iets heel eenvoudigs zichtbaar over balans. 

Je begint aan iets wat je echt opnieuw moet leren. Je verliest je evenwicht en je probeert opnieuw. Soms is hulp nodig en soms heb je juist ruimte nodig om zelf te ontdekken wat werkt. Langzaam word je beter en komt er een moment waarop je ineens kunt staan en daarna een stap kunt zetten en dan wil je nog een stap. 

Kijk waar je naartoe wilt, neem de tijd die nodig is en leer door vallen en opstaan. Het zijn mooie levenslessen die op de slackline heel tastbaar worden. 

Maar misschien is er nog wel één les belangrijker dan deze...

Falen bestaat niet. Falen is leren!